OUR GOAL IS TO MAKE OUR SELF REDUNDANT

“We don’t want to make our self indispensable. We want to really solve the problem of ditched phones.” This article is originally from the Dutch news medium Ygenwijs.

 

Zeven jaar geleden begon De Kluijver als consultant. Hij ging toen binnen de consultancy de duurzame kant op, omdat hij dat toen de meest interessante dienstverlening aan bedrijven vond. Dat was leuk, maar voor een bedrijf met een grote club managementconsultants was duurzaam werken blijkbaar geen rendabele business: er werd geen prioriteit gegeven aan de duurzame tak binnen het bedrijf waarvoor hij wekte. Hij besloot weg te gaan en zocht naar een plek waar zijn ambitie de ruimte kreeg.
Joost: “Ik ben daarna bij een stichting gaan werken, het Global Reporting
Initiative. Die hebben de duurzaamheidsverslagleggingsregels opgesteld.
Als je als groot bedrijf een duurzaamheidsrapport opstelt, dan gebruik je hun spelregels. 75% van de wereld gebruikt hun richtlijnen. Een interessante club waar hoop te leren is. Het was vooral vanuit de NGO-kant leuk om te zien hoe zo’n stichting werkt. Maar het was ook echt een stichting. Er werkten daar mensen die al heel lang bij de organisatie werken en er een tunnelvisie aan overhouden hebben.
Ze wilden niet meer buiten hun eigen kaders denken. Net zoals dat gebeurt in normale bedrijven eigenlijk. Maar ze waren ook een beetje verbeten: de commerciële wereld is slecht en je moet niet met bedrijven samenwerken. Dat was uiteindelijk ook niet waar ik paste.”
Joost: “Het lijkt van mijn kant een beetje wispelturig, maar ik zocht eigenlijk een combinatie van die twee. En die heb ik toen bij toeval gevonden met een vriend van mij. Het begon met een bedrijf van telefoonhergebruik, daar ben ik toen als derde bijgekomen om de zakelijke tak op te zetten. Het bedrijf kocht telefoons in Nederland van consumenten en bedrijven om die een tweede leven te geven. Het waren gebruikte toestellen die soms kapot zijn, maar heel vaak nog prima bruikbaar. Het initiatief was met name bedoeld om in Azië en Afrika de toestellen een tweede leven te geven. Daar zijn telefoons vaak niet even goed betaalbaar voor de mensen, ze gaan daar vaak nog een stuk zuiniger om met de toestellen. Ze kunnen echt nog jaren met een toestel doen waarvan wij hier zeggen: die is kapot. Dat er bijvoorbeeld een barst in het scherm zit of dat de batterij niet meer zo goed is. Die kan je heel simpel repareren en dan nog jaren mee laten gaan. Een commerciele propositie dus met een duurzame, sociale insteek. Daar ben ik in 2009 begonnen. Nadat ik dat anderhalf jaar had gedaan, vroeg ik me af wat er met de toestellen gebeurt als ze dáár aan hun einde van hun levensloop zijn. En
daar wisten weinigen vanaf. Ze gaven het weg aan de overheid of lieten het in een schuurtje liggen of op straat.

Maar wat er daarna mee gebeurde, was niet bekend. Toen las ik een aantal onderzoeken en ben naar een paar conferenties geweest. Ik zag dat er heel veel bekend was over het probleem: dat je telefoons niet kan recyclen in Afrika. Telefoons worden verbrand en gedumpt, omdat mensen niet weten wat ze ermee moeten doen. Terwijl we ermee omgaan alsof het zomaar in het water gegooid kan worden. Er was niets bekend over wat je dan wél moet doen om bijvoorbeeld in Afrika een meer duurzaam gebruik in te voeren als het om telefoons gaat. Hoe je die telefoons van Afrika naar Nederland krijgt bijvoorbeeld.” Joost: “Het is uiteindelijk een afvalprobleem en daar in Afrika wordt afval heel anders bekeken dan hier. Als daar afval ligt, dan is dat niet lelijk, maar zo ziet het straatbeeld er gewoon uit. Degenen die hier kunnen recyclen in Europa, grote bedrijven die enorme fabrieken hebben staan waar telefoons naartoe kunnen om de metalen uit te halen: daar moeten die telefoons uit Afrika naartoe. Die bedrijven kunnen zelf niets in Afrika, omdat dat vrij informeel werken is daar. Ze hebben een vrij intransparante markt en dat vinden de Europeanen eng. En daarbij: de Afrikanen hadden geen toegang tot de Europese markt. Producenten van mobiele telefoons snappen niet wat er gebeurt met de telefoons in Afrika, want als een nieuw toestel eenmaal verkocht is, heeft het daarna nog vier of vijf levens en dan heb je echt geen fauw idee waar het terecht is gekomen. En dat is nu precies hetgene dat ik erg leuk vond. Om een link te leggen met de kennis die ik had, de problemen die de maatschappij en het bedrijfsleven ermee heeft en de uitdaging om daar iets aan bij te dragen. Daar ben ik simpelweg mee aan de slag gegaan. Wel in combinatie met de commerciële propositie, het inkopen en verkopen in Afrika, maar het was toen ook juist goed om het te combineren. Die contacten versterkten elkaar wel. Ik heb me volledig gestort op de afvalpropositie, want dat wil ik gewoon heel graag gaan uitbouwen.” Joost: “Wat is nu de stichting? Dat is Closing the Loop. Het idee is om het afval zo veel mogelijk te recyclen. Ik heb daar een bedrijfe bij opgezet: Closing the Loop B.V. om de stappen te kunnen zetten voor het vercommercialiseren van mijn idee en om investeerders erbij te betrekken. We hebben vanaf het begin gezegd dat de stichting als doel moet hebben om zichzelf overbodig te maken. Dat je voorkomt wat je bij veel stichtingen ziet: dat ze zichzelf ermee juist onmisbaar proberen te maken, waardoor je eigenlijk een heel wrange situatie krijgt. Kijk naar alle grote NGO’s zoals UNICEF. Zij leven bij de gratie dat de stichting blijft bestaan. Wat best een merkwaardige situatie is in mijn ogen. Wij wilden juist voorkomen dat wij een groot imperium zouden bouwen en dat wij dan alleen maar dozen aan het schuiven waren en daar geld mee zouden verdienen. We proberen juist een start te maken met een oplossing die structureel is. Dat betekent niet dat wij het gaan doen, wij zijn klein. Maar we hebben wel de contacten en we hebben de mogelijkheid om links te leggen en kennis te delen tussen organisaties die elkaar in eerste instantie niet zouden spreken. Hopelijk redden we het in een jaartje of vijf maar ik denk eerder een jaar of tien. Er zijn nu alleen nog maar partijen die recyclen in ontwikkelde landen in Europa en Amerika, maar hopelijk gaan zij ook investeren in Afrika om ook daar te gaan recyclen. Als tweede hopen we dat de infrastructuur die nodig is om in te zamelen verbetert, zodat we alles op een goede manier logistiek kunnen regelen. Uiteindelijk kunnen we dan ook in Afrika wat we in Europa goed kunnen. En dat is dan in samenwerking met NGO’s maar ook met bedrijven en overheden, maar dat is voorlopig nog een eng verhaal vind ik zelf. Een derde bijkomende reden is om bewustzijn te creëren bij de burger, de consument.” Joost: “Ik heb niet de ambitie om langer dan vijf jaar aan iets werken. Ik denk dat het goed is om iets op te bouwen, daar trots op te zijn, als het om een bedrijf gaat te verkopen of om andere investeerders te vinden die het project naar een hoger niveau kunnen tillen. Ik heb geen drang om te managen, ik ben niet iemand die mensen onder zich wil hebben. Ik heb ooit 25 man personeel gehad en dat vond ik al veel te veel. Groei betekent ook meer mensen en dat is voor niet echt een doel. Ik zie heel graag dat iets effect heeft, dat als ik iets start, dat het probleem daarachter dan ook direct wordt aangepakt. Mijn doel is niet om de stichting heel groot te maken, maar om het probleem op te lossen. En dat de partijen die een rol daarin spelen de tools krijgen om dat probleem aan te kunnen pakken. En die wil is er wel bij zulke partijen, maar als je het bijvoorbeeld over Nokia hebt, probeer dan maar eens een organisatie met alleen in Finland al 20.000 man te veranderen door duurzamer te gaan werken. Dat kost norm veel tijd, Dan hebben we het dus eerder over periodes van tien jaar in plaats van vijf. Tegen die tijd is de stichting hopelijk een kennisbank waar wat kennis gehaald kan worden.”

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *